Over SOM Leuven
Samen Onderwijs Maken Leuven bouwt verder op het onderwijsnetwerk Samen Onderwijs Maken. Na 10 jaar groeien als open, organisch netwerk, is SOM Leuven sinds 18 november 2025 een onafhankelijke ledenorganisatie.
SOM Leuven bouwt aan sterk en vernieuwend onderwijs in Leuven. Binnen labo’s brengen we expertise en perspectieven uit verschillende onderwijsniveaus (van kleuter tot hoger onderwijs), -koepels, netten én sectoren (zoals welzijn, werk en cultuur) samen om te zoeken naar antwoorden op complexe onderwijsuitdagingen.
Door in te zetten op labo’s wil SOM Leuven bijdragen aan een Leuvens onderwijs met 3 speerpunten: iedereen aan boord, diversiteit als kracht en welbevinden en betrokkenheid.
We blijven doen wat we altijd hebben gedaan: mensen samenbrengen rond complexe onderwijsuitdagingen. Maar we doen het voortaan scherper, gerichter en met nog meer ruimte om te experimenteren.
Wie is SOM Leuven?
Bestuur

Jan Elen
Voorzitter

Lalynn Wadera

Arnoldine Peters

Greet Decin

Catherine Vanaise

Ruben Herck

Karin Nelissen
Team

Els Adriaens
Coördinator

Elechien Cools
Labo-medewerker
Lees portret van Els
“Mijn man zei me dat ik het werk van mijn voorgangers eigenlijk al jaren bewonder”
SOM Leuven heeft een nieuwe coördinator. Een kwarteeuw gaf Els Adriaens het beste van zichzelf voor de leerlingen van Campus Redingenhof, als leraar, GOK-coördinator en pedagogisch directeur. Nu wil ze al die ervaring inzetten voor het hele Leuvense onderwijs. We spreken Els op haar allereerste, officieuze, werkdag voor SOM Leuven.
Als je ergens 25 jaar werkt, moet het er fijn toeven zijn?
“Campus Redingenhof is nochtans zeker niet de makkelijkste school om les te geven. Ik zeg wel eens tegen nieuwe collega’s: ‘Als je in Brussel met de auto kan rijden, dan kan je dat overal. Als je op Campus Redingenhof kan lesgeven, dan ben je een bijzonder goede leraar, want soms moet je echt alle truken bovenhalen.”
“Maar het klopt dat ik er heel graag gewerkt heb. Mijn 12 jaar als leraar PAV waren een fantastische tijd. Ik ontwikkelde alle lessen en projecten zelf. Dat kostte me bloed, zweet en tranen, maar het was ook gewoon heel fijn om te doen. Ik heb altijd graag lesgegeven en nu nog mis ik soms mijn leerlingen.”
Toch nam je na meer dan een decennium afscheid van de klasvloer. Wat zat daarachter?
“Er is er ook een andere kant aan mijn persoonlijkheid, die constant zoekt naar extra uitdaging. Toen de kans zich voordeed, werd ik GOK-coördinator, binnen een heel straf team. Ook dat werd een boeiend traject, want de school heeft best veel GOK-leerlingen.”
“Daarna werd ik 2 jaar domeincoach van het ‘team sport’. Met dat team bepaalden we welke visie er achter onze sportrichting moest zitten, welke ambities we met onze leerlingen hebben en hoe we die konden realiseren.
Uiteindelijk werd je pedagogisch directeur. Was dat het logische vervolg?
“Eigenlijk niet. Ik ben wat per ongeluk in de job gerold. Huis 11 organiseert elk jaar een ‘talentenwerf’, een soort korte opleiding van een jaar, waarbij je onder begeleiding aan zelfreflectie doet en leert waar je vaardigheden en talenten liggen. De bedoeling is leraren perspectief te bieden op langere termijn. Onderwijs is zoveel meer dan lesgeven alleen.”
“Ik stapte er nogal onbevangen in, maar op het einde bleek plots dat men mij geknipt achtte voor de rol van directeur. Dat was nochtans niet meteen mijn ambitie. Maar dankzij het traject groeide mijn interesse en kon ik bij het GO! een opleiding volgen. Toen Saskia Dekocker coördinerend directeur werd, zocht men een opvolger en plots werd ik pedagogisch directeur.”
“Het begin was bijzonder heftig. Ik was dag en nacht bezig. Gelukkig is Campus Redingenhof een geoliede machine en kwam ik terecht in een geweldig team. De laatste jaren heb ik meer en meer het gevoel dat ik alles wat onder controle heb. Maar
dan begin ik me toch weer vragen te stellen. Zit ik wel helemaal op mijn plek? Ik bruis nog altijd van de ideeën voor onderwijs, maar na een tijdje heb je binnen je functie en invloedsfeer het maximale eruit gehaald.”
De onrust werd zelfs zo groot dat je weer bent gaan studeren.
Toen de vacature bij SOM voor 80% coördinatie passeerde, zag ik meteen een opportuniteit om in de overige tijd mijn leergierigheid wat extra te voeden. Ik schreef me dus in voor het postgraduaat ‘Educational Leadership’ aan de PXL in Hasselt. Daarna wil ik de ‘Master Educational Leadership’ halen in Eindhoven.”
“Alles wat ik daar leer, kan ik meteen inzetten voor mijn werk bij SOM. Ik heb wel al veel praktijkervaring in de coördinatie van teams, maar nu kan ik er wat academische diepgang aan geven of expliciet maken wat ik intuïtief in al die jaren geleerd heb.”
Intussen ben je de nieuwe SOM-coördinator. Wat trok je zo aan in de job?
“Mijn man zei me onlangs dat ik het werk van mijn voorgangers eigenlijk al jaren bewonder. Je werkt de hele dag met gedreven onderwijsmensen, die verder denken dan hun neus lang is, die een drang voelen om ons onderwijs te verbeteren, die willen nadenken en experimenteren en daarbij ook durven falen. Die spirit past heel goed bij hoe ik in elkaar zit. Toen de vacature verscheen, kon ik moeilijk anders dan solliciteren.”
“Vanuit mijn werk op Campus Redingenhof weet ik hoe relevant de thema’s zijn die in de SOM-labo’s centraal staan. Omdat de school superdivers is, is inclusie er een gigantisch thema. De school is echt een voortrekker op dat vlak, maar ik merk dagelijks hoe lang de weg nog is die we in Leuven moeten gaan.”
“Ook het thema zij-instromers raakt me van dichtbij. Ik zag als directeur hoeveel leraren er binnenkomen zonder een pedagogische bekwaamheid. Die mensen willen heel graag lesgeven, maar hebben het soms moeilijk om meteen hun draai te vinden. We mogen de kans niet laten liggen om hen beter te ondersteunen op pedagogisch vlak.”
“Tot slot is er ook de context van het Leuvense netwerk. Dat is zo uniek. Mijn vroegere collega-directeur werkt nu in Antwerpen. Een samenwerking vanuit zo’n filosofie kennen ze daar niet. Hij wees me erop hoe dat echt een troef is in Leuven.”
Stel dat je over vijf jaar mag terugkijken, wanneer zal je blij zijn met wat bij SOM gebeurd is?
“Ik merk aan de mensen die ik ontmoet dat ze SOM heel erg in hun hart dragen, als een warme en veilige omgeving. Dat gevoel wil ik dus zeker doortrekken. Ik hoop dat we SOM een nieuw elan kunnen geven dankzij de nieuwe structuur. We staan voor zoveel uitdagingen. Nog niet iedereen is lid geworden, dus ik hoop op termijn zoveel mogelijk mensen aan boord te krijgen. We hebben iedereen nodig.”
“Ik wil zaadjes kunnen planten die bovendien duurzaam kunnen worden. Daar zit toch een van de grote problemen in onderwijs. Er worden veel prachtige projecten opgezet, maar iemand vertrekt en met die persoon verdwijnt ook de werking. Dat is voor mij echt
een speerpunt. Ik hoop met het netwerk zaken uit te tekenen, maar zeker ook te verankeren.”
“Dat wil niet zeggen dat we niet kunnen dromen en experimenteren. Dat aspect van SOM mogen we niet verliezen. Je leert meer uit een mislukt experiment dan door niet te durven proberen. Uit mislukkingen komen vaak goede, nieuwe ideeën of realisaties voort. Dat zeggen we onze leerlingen ook altijd: je leert met vallen en opstaan.”
Uit alles wat je vertelt, blijkt een grote liefde voor onderwijs. Wat maakt de sector zo mooi?
“Onderwijs is van kindsbeen aanwezig in mijn leven en het groeide uit tot een passie. Ik kom uit een echte onderwijsfamilie en eigenlijk wilde ik altijd al leraar worden. Ik blijf het een van de mooiste beroepen ter wereld vinden. Je wil als leraar je leerlingen zo ver mogelijk brengen op alle mogelijke manieren. Leraren beseffen volgens mij niet altijd hoeveel ze betekenen in het leven van jongeren.”
“Vorige week was ik in Portugal om stageplekken te bezoeken van onze leerlingen ‘toerisme’ en ‘opvoeding en begeleiding’. Toen ik arriveerde, kwamen ze meteen naar me toe om mij een stevige knuffel te geven. Die warmte, die vind je toch niet in veel andere beroepen.”
Onderwijs is nooit ‘af’. Wat kan er volgens jou anders of beter?
“We hebben de laatste jaren in Leuven grote stappen gezet in de samenwerking tussen de netten. Daar zijn al mooie projecten uit voortgekomen. Toch denk ik dat er een grotere solidariteit nodig is tussen de scholen. We hebben in Leuven een fantastisch aanbod aan richtingen en soorten onderwijs, maar omdat we bepaalde types onderwijs geïsoleerd aanbieden op bepaalde plekken, is het niet eenvoudig om echt gelijke onderwijskansen te creëren.”
“Daarnaast blijft het grootste stuk van het Vlaamse onderwijs toch nog een beetje ‘negentiende-eeuws’. De banken staan vaak nog net hetzelfde, in dezelfde schoolgebouwen van toen. De leraar staat vooraan als een soort dirigent. We werken nog veel te vaak met hand- of werkboeken, die het lesgeven vaak zo sterk beperken.”
“Ik zie dagelijks hoe zwaar de job voor leraren kan zijn, maar met wat extra ondersteuning zit er volgens mij veel meer in. We weten wel wat we moeten doen, maar om de een of andere reden komen we er niet aan toe.”
Elk onderwijsdier heeft zijn dada. Bij een gesprek over welk thema mogen mensen je trakteren op een koffie?
“Dan moet ik toch terug naar mijn eerste liefde, mijn leerlingen arbeidsfinaliteit. Ik vind het zo schrijnend hoe ondergewaardeerd zij zijn. Niemand lijkt het echt voor hen op te nemen. Daar zou ik graag stappen in willen zetten.”
“Ook vanuit de bedrijfswereld zou het goed zijn dat mensen inzien wat voor potentieel er op onze scholen zit en hoe hard beide partijen elkaar nodig hebben en kunnen versterken. De verwachtingen voor leerlingen in de arbeidsmarktfinaliteit worden veel te vaak getemperd. Maar net die jongeren moeten we extra uitdagen. Om de lat hoger te leggen kunnen we met z’n allen een extra stap zetten. Elke succesbeleving voor die kinderen is van een ontzettend groot belang. Daarover zou ik uren kunnen babbelen. Doe dus maar twee koffies.”
Lees portret van Elechien
“Ik geloof heel sterk dat de stem van jongeren een plaats moet krijgen binnen SOM”
SOM vervelde enkele maanden geleden in SOM Leuven en daar hoort ook een nieuw team bij. Al is ‘team’ in dit geval wel een groot woord. Sinds februari werd Elechien Cools het eerste, en tevens enige, teamlid. De eerste weken werden dus meteen een stevige vuurdoop.
Hoe liep het tot nu toe?
“Toen ik op mijn eerste dag te horen kreeg dat er over zes weken een netwerkevent moest staan, was het wel even slikken. Op de datum na was er nog niks. Ik ben er dus maar meteen ingevlogen. Zodra we terecht konden in ‘De Nova’, viel de grootste druk van mijn schouders.”
“Dan begon het meer persoonlijke werk. Een heel netwerk aan onderwijsmensen kreeg een uitnodiging van een pas afgestudeerde onbekende met een bijzondere voornaam. Bovendien wist ik nog niet eens wat we inhoudelijk precies zouden doen.”
“Gelukkig kon ik rekenen op de steun van het bestuur en van onze voorzitter, Jan Elen. Hij zette mee zijn schouders onder het hele proces. Stijn D’Hert zorgde als externe spreker voor een inhoudelijk rijke opening van het evenement. Aan de hand van tafelgesprekken verzamelden we nadien nieuwe ideeën voor de werking van SOM. De avond zelf werd een eerste fijne kennismaking met het netwerk.”
“Ik ben nu volop met de input aan de slag. Er kwam heel wat naar boven, zowel zaken die we kunnen verwerken in de lopende labo’s, als inspiratie voor nieuwe experimenten. Tussendoor voer ik zoveel mogelijk gesprekken om al dat onderwijsvolk te leren kennen.”
Heb je er los van de spannende start ook wat plezier aan beleefd?
“Zeker weten! Ik krijg van het bestuur vertrouwen en tijd om te leren. Het is ook heel interessant om het Leuvense onderwijs te leren kennen vanuit een andere hoek. Tot voor kort had ik alleen het perspectief van leerling of student. In mijn opleiding bestudeerde ik de onderwijswereld wel, maar hier leer je de mensen erachter kennen. De theorie verandert in echte verhalen.”
“Er zijn heel wat gedeelde zorgen en uitdagingen, die niet opvielen voor ik op deze stoel zat. Zo merk ik nu pas de druk die leraren op dit moment ervaren. Je voelt dat ze heel graag willen inspelen op alle behoeften die er leven, maar dat de mentale en fysieke ruimte soms ontbreekt.”
“Het klinkt misschien wat gek, maar daarnaast valt me vooral ook de menselijkheid op van directieleden, bestuurders en zorgcoördinatoren. Door met hen te spreken, leer je ze anders kennen. Voordien waren het eerder functies, nu zitten daar echte mensen achter.”
Je werkt onder de vlag van ‘Samen Onderwijs Maken Leuven’ Wat betekent samen onderwijs maken voor jou?
“De kracht zit voor mij precies in die menselijke relaties. Bij SOM zijn netten of niveaus even van geen tel, iedereen kan er zijn ei kwijt, kan vrijuit mee nadenken. Door met elkaar te spreken, kunnen we beter moeilijke uitdagingen aanpakken. En zelfs als dat niet lukt, leer je daaruit.”
Je bent onderwijs- en vormingspedagoog en zit nu tot over je oren in de onderwijswereld. Wat maakt de sector voor jou zo mooi?
“Ik geloof heel sterk in de kracht van onderwijs om kansen te creëren en mee de toekomst van mensen te bepalen. Op een school komen kinderen en jongeren, los van hun achtergrond, samen in de rol van leerling. Daar zit een enorm potentieel. Elk kind is anders en niet iedereen kan hetzelfde bereiken. Maar goed onderwijs trekt je verder in waar je niet goed in bent en zet je op een podium voor waar je in uitblinkt.”
Stel dat je over vijf jaar mag terugkijken, wanneer zal je blij zijn met wat bij SOM gebeurd is?
“De labowerking zelf staat voor mij centraal. Dat is waar het allemaal moet gebeuren. Ik voel nu al de energie in het project ‘Taalduik’, waarin een taalcoach anderstalige zij-instromers zal begeleiden. Ik zou die werking graag nog verder uitbreiden.”
“Ik hoop ook dat er meer labo’s zullen zijn. Momenteel zijn er drie, om de opstart haalbaar te houden, maar dat aantal moet dus omhoog. Het zou fijn zijn, mochten alle Leuvense scholen over vijf jaar lid zijn, zodat we alle kennis en krachten kunnen bundelen. Als je ziet hoe snel de maatschappij op dit moment verandert, is dat meer dan ooit nodig.”
Elk onderwijsdier heeft zijn dada. Bij een gesprek over welk thema mogen mensen je trakteren op een koffie?
“Dan wil ik het graag over jongerenparticipatie hebben. Ik deed enkele maanden stage bij de Vlaamse Scholierenkoepel. Ik schreef er onder andere mee aan adviesteksten voor de minister en merkte hoe dat soms een verschil maakte. Die rechtstreekse lijn hebben we hier ook met de stad en dat bevalt me wel. Je krijgt alleen dingen gedaan als je de steun en het vertrouwen hebt van het beleid.”
“Ik geloof heel sterk dat de stem van jongeren daarin een plaats moet krijgen. Op dit moment klinkt die niet in de meeste labowerkingen. Ik denk nochtans dat scholieren een interessante bijdrage kunnen leveren. Denk maar aan een thema als inclusie. Daar hebben ze best wel een visie over. Meer vertegenwoordiging van die jongeren dus, daar wil ik wel even voor strijden!”
